Homepage 'de Luikerwaal'
 
Licht in de duisternis
De ontwikkeling van de lichtbronnen in de toverlantaarn.
In de tijd die ligt tussen de periode van kaars en olielampjes en die waarin het gebruik van de gloeilamp algemeen werd, werden allerlei systemen door en naast elkaar gebruikt.

De verlichting was meestal niet bij de prijs van de lantaarns inbegrepen, zodat de koper de lichtbron kon kiezen die het best bij zijn omstandigheden paste.
Kaars

De eerste lichtbron die in de toverlantaarn gebruikt werd, was de kaars, in die dagen nog gemaakt van echte bijenwas.

Kaarsen waren echter erg zwakke lichtbronnen. Bovendien werden zij tijdens het branden steeds korter, waardoor de positie van de lont steeds lager kwam te liggen, zodat de vlam voordurend buiten de optische as kwam en moest worden bijgesteld. Om die redenen werd de kaars al spoedig vervangen door de olielamp.

Later werd de eenheid 'Kaars' een waarde waarmee de intensiteit van een lichtbron kan worden gemeten. Zij werd gedefinieerd als de hoeveelheid licht van een kaars van een bepaald gewicht en materiaal.

 
 kaars


olielamp 

Olie lampen

De eerste olielampjes brandden op allerlei soorten olie, zoals plantaardige oliën, raapolie, paraffine, walvisolie en nog veel meer. De olielamp was één van de gemakkelijkste lichtbronnen in het gebruik. Er moest alleen enige aandacht worden besteed aan het plaatsen van de lamp in de lantaarn, waarbij er op moest worden gelet dat de vlam zich op de juiste plek voor de condensor bevond, in de optische as. Het was ook belangrijk dat de lont de juiste lengte had, want een te lange lont produceerde een wiebelend, onrustig en onscherp licht. Een lont die daarentegen te kort was, brandde slechts zwakjes door een tekort aan zuurstof.
Olielampjes en -lampen werden nog regelmatig gebruikt toen er al veel betere lichtbronnen ontdekt waren.

 
Drie pits olielamp

De driedelige schoorsteen kan hoog worden uitgetrokken voor het verkrijgen van een betere trek. Een venstertje in de achterwand stelt de operator in staat de vlam nauwkeurig bij te stellen tijdens de voorstelling.

 


 





Kalklicht

Het kalklicht (limelight) is een bijzonder heldere gaslamp die in 1825 werd uitgevonden en tot rond 1900 alom gebruikt werd voor de verlichting van toverlantaarns en andere toepassingen, zoals toneelverlichting. Zij bestaat uit een blokje kalk (calcium oxide) dat verhit wordt door een vlam bestaande uit een mengsel van zuurstof en waterstof.

De twee gassen worden vanaf de buitenkant via een pijpenstelsel met aparte regelaars naar binnen gevoerd. De vlam die uit het mondstuk komt, verhit het cilindervormige stukje kalk, dat daarop witheet gaat gloeien. De lamp heeft een mechanisme met hefbomen en tandwielen waarmee het kalkblokje door middel van optillen en verdraaien in de juiste positie kan worden gebracht.

Dit kalklicht kan een lichtsterkte van wel 1.000 kaars produceren.

 
  Koolstaaf booglamp

De grootste projectieapparaten maakten vaak gebruik van koolstaaf booglampen, die gedurende een erg lange periode werden toegepast, ook nog nadat de elektrische gloeilamp was ontwikkeld.
Een tweetal elkaar rakende koolstaven werden aangesloten op een elektrische stroombron. Wanneer de staven daarna voorzichtig iets uit elkaar werden getrokken, ontstond er een helder elektrisch licht, veroorzaakt door de verbrandende, witgloeiende kooldeeltjes tussen de twee uiteinden.

De koolstaven moesten tijdens de voorstelling regelmatig worden bijgeregeld omdat zij geleidelijk aan opbrandden. Er moest dus steeds voor worden gezorgd dat de afstand tussen de staven optimaal bleef en dat de juiste positie ten opzichte van de optische as van de lantaarn gehandhaafd bleef. Dit lastige karwei werd later vaak overgenomen door een automatische regulator.

 
 

Koolstof booglamp gemaakt door Thomas Ross, Londen. De koolstaven zijn gemonteerd op elektromagnetische armen. De juiste afstand wordt ingesteld door de stroomsterkte en daarna automatisch in stand gehouden.

 
   Acetyleen verlichting

Deze eenvoudige en goedkope verlichting werd in 1836 uitgevonden. Acetyleengas wordt verkregen uit calcium carbid, een harde groenachtige substantie met een prikkelende geur. Wanneer dit verbrand wordt, samen met de juiste hoeveelheid lucht, geeft het acetyleen een zuiver, wit licht.

Het carbid werd in een generator geplaatst en daarna in contact gebracht met een gecontroleerde hoeveelheid water. Daarbij werd het acetyleengas gevormd, dat vervolgens naar de brander werd geleid door een rubberen slang.

Acetyleen was niet alleen populair bij lantaarnisten, maar werd ook gebruikt voor de verlichting op locaties waar geen elektriciteit beschikbaar was, zoals op boeien, in mijnlampen, als straatverlichting en op koetsen en fietsen. Het licht van deze branders was echter nooit briljant genoeg om de plaats te kunnen innemen van kalklicht of booglampen en werd voornamelijk toegepast bij projectie op een kleinere schaal.

 
  

 
  Gaskousjes verlichting

Een cilindervormig geweven kousje, geïmpregneerd met een mengsel van mineralen, wordt verhit door een gasvlam, waardoor zij gaat gloeien.

Ook het gaskousje produceerde echter niet voldoende licht om algemeen te worden aanvaard.

 
  

 
gloeilamp  

Het kartonnen doosje bevat een speciale projectielamp die geproduceerd werd door Philips.
Gloeilamp

De ontwikkeling van de elektrische gloeilamp rond de wisseling van de 19e eeuw, bracht het tot dan toe toenemende gebruik van gaslampen tot stilstand. Voor algemeen gebruikte verlichting werd al snel de plaats van het gas ingenomen door de elektriciteit.

Helaas had dit ook nogal eens tot resultaat dat de oorspronkelijke lampjes in toverlantaarns, zoals olielampjes, werden afgedankt en vervangen door een eenvoudige fitting op een plankje. Ook de nu overbodig geworden schoorsteen verdween toen dikwijls. Verzamelaars treffen tegenwoordig dan ook vaak een lantaarn aan zonder de oorspronkelijke lamp en/of schoorsteen.
Na 1910 werden de lantaarns steeds vaker uitsluitend voor elektrische verlichting vervaardigd.

 
  Batterijverlichting

Eenvoudige speelgoedlantaarns konden verlicht worden door een gloeilampje dat brandde op een lage, en dus kindveilige, stroom. Dit lampje heeft een ingebouwde platte 4,5 volt batterij die ook gebruikt werd in zaklantaarns.

Sommige speelgoedlantaarntjes hadden een fitting voor een batterijlampje ingebouwd in de achterwand.

   batterij
  English version......  Wat is er nieuw op de site? ©1999-2004 'de Luikerwaal'
Alle rechten voorbehouden.
Bijgewerkt tot 11-11-2004.
Naar bovenrand pagina......