|
Het wonder van de toverlantaarn (deel 2) |
![]() |
Na 1800 werden de voorstellingen
steeds uitgebreider en imponerender. De lantaarnist ging nu niet langer
naar de mensen toe; zij kwamen naar hem toe om de voorstellingen bij te
wonen. Hoewel de verlichting in die tijd al sterk verbeterd was, was zij
toch nog zo zwak dat de lantaarnist zijn lantaarn erg dicht bij het doek
moest plaatsen. Om die reden werd de lantaarn meestal achter het doek
geplaatst. Om het doek doorschijnender te maken werd het voor en tijdens
de voorstelling voortdurend nat gespoten met een koperen glasspuit. Zo'n
spuit werd gewoonlijk door de dienstbode gebruikt voor het wassen van de
ramen. De opstelling van de lantaarn achter het doek had nog een ander
voordeel: het publiek kon nu niet zien wat zich achter het doek afspeelde
en dat maakte het allemaal nog veel spannender er geloofwaardiger. |
||
|
Zeer beroemd werden de voorstellingen
van de Belg Robertson die in 1763 werd geboren als Etienne-Gaspard Robert. Zijn
'fantasmagorieën' waarin geesten en spoken een hoofdrol vervulden, gingen
gepaard met allerlei spectaculaire effecten. Rookwolken, bliksemflitsen,
donderende geluiden en rammelende kettingen joegen de argeloze toeschouwer
de stuipen op het lijf. Later werd ook gebruik gemaakt van twee of meer
aan elkaar gekoppelde lantaarns, waarmee men verschillende beelden in
elkaar kon laten overgaan, of over elkaar kon laten vallen. Bij sommige
voorstellingen werden soms wel acht toverlantaarns gebruikt. Robinson beweerde dat het doel van zijn shows was de toeschouwers te bevrijden van hun bijgeloof en angst voor spoken. Afgaande op de reacties van zijn publiek is hij daar niet in geslaagd. Integendeel. |
![]() |
||
![]() Nadat een Londense onderneming, Carpenter & Westley, in 1820 begon met het opzetten van een echte toverlantaarn- en lantaarnplaatjes-industrie kwam de toverlantaarn onder de gewone man. De firma handhaafde, onder een aantal achtereenvolgende bedrijfsleidingen, een buitengewone productiekwaliteit gedurende een groot deel van de 19e eeuw. Carpenter was de eerste die fabricageprocessen gebruikte voor de massaproductie van lantaarnplaten. Hij hanteerde een methode om gegraveerde zwarte omtrekken op glas over te brengen, waardoor het daarop volgende inkleuren met de hand gemakkelijker werd. Tegenwoordig zijn de platen van Carpenter & Westley zeer gezocht; de overvloeier-sets en andere handgeschilderde platen zijn van de allerfijnste kwaliteit. |
![]() |
||
|
Er
begon een ware rage in het houden van 'lezingen met lichtbeelden'. Nieuwe,
veel sterkere lichtbronnen dan voorheen maakten het mogelijk een groot en
helder beeld te projecteren in grote
zalen en er kon ook vanachter uit de ruimte geprojecteerd worden. De
toepassing van kalklicht betekende wat de weergave betreft een enorme
verbetering. Het intense witte licht werd geproduceerd door het verhitten
van een stukje kalk, meestal met een vlam van gemengde zuurstof en
waterstof gassen. Helaas waren de ongelukken die erdoor ontstonden soms
rampzalig. |
![]() |
||
![]() |
Naast zijn functie in het amusement werd de toverlantaarn voornamelijk
aangewend 'tot lering van de mens'. Daarbij konden de zaken wel eens
behoorlijk uit de hand lopen. In het 'Nederlandsch Magazijn' no. 1 uit
1863 kunnen we lezen dat de ontdekkingsreiziger en missionaris David Livingstone
de plaatselijke bevolking lantaarnplaten liet zien van 'de wonderen van de
schepping', maar bij gelegenheid ook het
zwarte volk der Balonda's hevig geschrokken het oerwoud in joeg toen hij
een lantaarnplaatje vertoonde met daarop een levensgrote Abraham die met
het mes in de hand klaar stond om zijn zoon Izaäk de doden. (zie ook: De Bijbel) |
||
| Tegen het einde van de negentiende eeuw kon men de toverlantaarns met de bijbehorende lantaarnplaatjes vinden in alle winkels voor natuurkundige werktuigen. Een van de belangrijkste verkooppunten in ons land was de Amsterdamse firma Merkelbach en Co., later een bekende speelgoedwinkel in de Kalverstraat. De familie heeft nog een brief van het koninklijk huis in bezit waaruit blijkt dat ook de kleine Wilhelmina graag en veel met haar toverlantaarn speelde. De heer Merkelbach wordt daarin dringend verzocht zich aan het paleis te vervoegen met een groot aantal toverlantaarnplaatjes teneinde deze om te ruilen voor de lantaarnglazen waar Hare Koninklijke Hoogheid finaal op uitgekeken was. Over een geldelijke vergoeding werd natuurlijk niet gesproken. De eer moest maar voldoende zijn. (Lees hierover alles in: Nieuwe plaatjes voor het prinsesje.) |
![]() |
||
|
|
|||
| |
©1999-2010 'de Luikerwaal' Alle rechten voorbehouden. Bijgewerkt tot 07-12-2010. |